Toen ik kanker kreeg, veranderde mijn leven voorgoed.
Ondanks alles wat ik moest ondergaan en hoe diep ik ook ging, had ik de motivatie om er vol voor te gaan.
Ik lette op wat ik at, ik begon te sporten, de kilo’s vlogen eraf en ik was enorm gemotiveerd. Voor het eerst voelde het alsof ik écht ging leven, meer dan ik ooit had gedaan.
Daarna kwamen de tegenslagen: een infectie, een hersenvliesontsteking, opnieuw een ziekenhuisopname. Mijn eigen stamcellen begonnen mijn donorstamcellen te verdringen, er ontstonden mutaties en de vermoeidheid bleef aanhouden.
Ik kwam thuis te zitten, voortdurend futloos. Sporten lukte niet meer en de kilo’s kwamen er weer bij. Nieuwe behandelingen volgden, nieuwe dieptes ook.
Toen ontdekte ik wat kanker nog meer met je doet. Je gaat twijfelen.
Doe ik te veel, of juist te weinig? Moet ik rust nemen, of er juist doorheen breken en ervoor gaan?
Wanneer ik instort, verwijt ik mezelf dat ik te veel wil. Zit ik moe op de bank, dan voel ik me lui. Voel ik pijn, dan schrik ik en maak ik me zorgen, maar al snel vind ik weer dat ik overdrijf.
Ik heb geen energie om te sporten. Of ben ik juist moe omdat ik niet sport? En als ik wél ga sporten, ga ik dan niet over mijn grens?
Zodra ik mijn situatie accepteer, vind ik mezelf een opgever. Als ik erdoorheen zit, voel ik me ondankbaar. Als ik boos ben over mijn situatie, voel ik me schuldig. Er zijn mensen die nooit meer beter worden, en ik ben er nog… toch?
Het is nooit goed. Je doet nooit het juiste. En je doelen? Te hoog gegrepen. Ben je nuchter over wat je kunt, dan doe je jezelf weer tekort.
Door kanker kreeg ik een ander leven, in vele opzichten beter. Ik zie veel meer waarde in mijzelf en ik kies meer dan ik ooit gedaan heb voor mijzelf en mijn geluk.
Maar het laat me ook meer twijfelen over mijn toekomst, mijn keuzes, en over hoe ik presteer.
Haal ik wel alles uit het leven? Zet ik me wel echt in? Moet ik niet gewoon accepteren dat dit het is?
Ik zoek naar antwoorden, en soms vind ik ze, maar vaak brengen ze juist nog meer vragen en twijfel.
Ik ben dankbaar en misschien wel gelukkiger dan ooit, maar tegelijkertijd voel ik me soms ook ongelukkig en dan voel ik me schuldig. Toch vind ik dat niet eerlijk, want nee, de situatie is ook niet eerlijk, en ja, soms is het gewoon even kut, en dat mag je uiten. Dat betekent niet dat je niet dankbaar bent, pessimistisch bent, of iets anders voelt.
Het is balanceren in een leven vol onzekerheden en mogelijkheden. Een zoektocht naar wat kan, en het rouwen om wat niet kan.
Als je alleen maar denkt dat een ander het slechter heeft dan jij, verdwijn je. Het leven moet balanceren tussen dat besef en het besef dat al je pijn en zorgen impact hebben op je leven. Soms is het gewoon enorm oneerlijk en kloten, en dat betekent niet dat je niet dankbaar bent.
De motivatie komt morgen wel weer. Het optimisme is er morgen wel weer. Het genieten is er morgen wel weer. Morgen ben ik weer dankbaar.
Vandaag voel ik me kloten, verdrietig en boos. En dat is goed. Mijn verdriet en boosheid mogen er zijn; ze maken ook deel uit van mij. Vandaag huil ik, en morgen kan ik weer genieten.

Geef een reactie