Vandaag ga ik terug naar het begin, naar de dag van de diagnose die mijn leven volledig zou veranderen: 8 september 2021.

Het was een vreemde gewaarwording, wakker worden in een ziekenhuisbed, in een ruimte zonder ramen, na een dag vol confrontaties, onderzoeken en wachten. En dan ook nog het idee moeten verwerken dat ik misschien wel kanker had. In tegenstelling tot de dag ervoor voelde ik me die ochtend eigenlijk heel goed, maar dat was niet zo gek. Ik had een schreeuwende bloedarmoede en de bloedtransfusie met vijf zakken bloed die ik de dag ervoor had gekregen deed wonderen.

Op de Spoedeisende Hulp (7-9-2021)

De dag ervoor was ik nog naar de huisarts gestrompeld, een wandeling van normaal nog geen vijf minuten, maar dit keer had ik er, met tussenpozen, rustmomenten en overgeven, meer dan een half uur over gedaan. De huisarts was er snel uit: ik zag zo wit, meld je maar bij de spoedeisende hulp. Daar begon een lange dag van wachten, vragen stellen, bloedprikken, onderzoeken en nog meer wachten. Naarmate de dag vorderde, werden de gezichten steeds bezorgder. Op een gegeven moment kreeg ik te horen dat ik naar een verpleegafdeling gebracht zou worden voor verder onderzoek en dat ik in ieder geval een nacht moest blijven. Tijdens een gesprek met de arts werd duidelijk dat ze vermoedden dat ik mogelijk een bloedziekte had en dat ik de volgende ochtend een beenmergpunctie zou krijgen om uitsluitsel te geven.

Zo werd ik die ochtend wakker op de verpleegafdeling, nog apart van de andere patiënten, in een kamer zonder ramen en met een deur naar een vreemde nieuwe wereld. Ik wist toen nog niet dat het tot december zou duren voordat ik weer eens een nacht niet in het ziekenhuis zou slapen. Ik herinner me dat moment nog heel goed: voorzichtig deed ik de deur open en keek de gang in. Ik moest hoognodig naar de wc en liep zonder veel nadenken die kant op. Toen ik eenmaal zat moest ik lachen. Voor het eerst in weken liep ik meer dan twee meter zonder te hoeven rusten, en nu deed ik het gedachteloos, gewoon omdat ik zo moest. Het gaf me een heel positief gevoel, ondanks de dreiging van de mogelijke diagnose.

Na me te hebben opgefrist werd ik opgehaald voor de punctie, ook dat moment staat me nog helder bij. Ik kwam in ruimtes die ik nu heel goed ken, maar die toen totaal vreemd waren. Liggend op een bed, wachtend op een onderzoek dat ik inmiddels zo vaak heb ondergaan dat ik de tel ben kwijtgeraakt. Na terugkomst werd ik naar de zaal gebracht waar ik de komende tijd zou verblijven. Ik dacht toen nog dat ik die dag wel naar huis zou mogen, of anders de volgende dag.

Overdag had ik nauwelijks tijd om na te denken. Ik werd geïntroduceerd in mijn nieuwe wereld: een zeer beperkte wereld van de verpleegafdeling hematologie, met strenge regels rondom hygiëne, eten en bezoek, en ook heel weinig privacy. Het was allemaal flink wennen, maar het verplegend personeel en de zorgassistenten deden enorm hun best om mij hierin te begeleiden. Op een gegeven moment kreeg ik te horen dat ik die avond een gesprek zou hebben met de artsen, en dat het misschien verstandig was als er familie bij zou zijn. Toen begon ik te vermoeden dat het allemaal langer zou duren dan gedacht, en dat het uitgesproken vermoeden weleens waarheid kon worden.

Van dat moment herinner ik me nog veel details. Een klein zaaltje, gele muren, tl-licht, een stoel apart en een aantal stoelen daar tegenover. Het voelde een beetje alsof ik in het beklaagdenbankje zat, met daar tegenover de rechters die hun oordeel zouden uitspreken. Voor me zaten een arts, een verpleegkundige en een aantal familieleden, allemaal met bedrukte gezichten. De arts begon haar verhaal en gaf al snel aan dat het vermoeden juist was: ik had acute leukemie.

Bij mij kwam dat eigenlijk niet hard aan. De dag ervoor hadden ze het vermoeden al uitgesproken, en na de lange dag die ik had doorgemaakt voelde ik al aan dat het mis was. Ik reageerde dan ook met een simpel ‘oké’ en dacht meteen: en nu? De arts keek me indringend aan, blijkbaar een beetje verbaasd over mijn kalme reactie, en boog zich iets naar voren. Ze zei met nadruk: je hebt dus kanker. Ik knikte opnieuw en zei: oké, dus toch. Het was niet dat de boodschap niet binnenkwam, al zou het bijna een jaar duren voordat ik echt besefte wat ik had. Maar ik zat in een modus van ondergaan. Het feit dat het vermoeden klopte, raakte me op dat moment niet diep. Eigenlijk was ik juist heel bewust aanwezig in dat moment, maar er was in slechts vierentwintig uur zoveel op me afgekomen dat ik geen ruimte voelde voor grote emotie, of in ieder geval niet toeliet om die te voelen. Hierna begon mijn leven na de diagnose kanker.


2 reacties op “De dag van de diagnose”

  1. Rian avatar
    Rian

    Mooi omschreven Eddy!

    1. Eddy avatar

      Dankjewel 🙏

Laat een antwoord achter aan Eddy Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.